Paphiopedilum hangianum ‘Alba’ is een selectievorm van een botanische soort uit de groep slipperorchideeën. Binnen de handel verwijst “alba” doorgaans naar een vorm met opvallend lichte tot witte bloemkleur, terwijl de robuuste bouw en het forse bloemformaat van de soort behouden blijven. De plant groeit niet op een stam zoals veel epifytische orchideeën, maar gedraagt zich eerder als een soort die tussen humus en mos op rotsige plekken wortelt, waardoor een luchtig maar gelijkmatig vochtig substraat belangrijk is.
Oorsprong
Paphiopedilum hangianum is een door Kew geaccepteerde soort met een natuurlijke verspreiding van Zuid-Yunnan in China tot Noord-Vietnam. In de natuur groeit de soort als lithofyt, dus op rotsen met organisch materiaal dat zich in spleten en richels ophoopt, in een vochtig tropisch bosklimaat.
De toevoeging “Alba” is een horticulturele aanduiding voor een lichte kleurvorm en geen aparte botanische soortnaam.
Kenmerken
De plant maakt stevige, langwerpige, groenblijvende bladeren en groeit geleidelijk uit tot een compacte pol. De bloei bestaat meestal uit één krachtige bloem per stengel, met de typische slippervormige lip en brede bloemdelen die bij deze selectie duidelijk lichter tot wit kunnen uitvallen. Bloemen hebben vaak een wasachtige textuur en blijven, bij stabiele omstandigheden, relatief lang decoratief. Variatie in tint en tekening is normaal, ook binnen de alba-vorm, omdat licht, temperatuur en groeifase invloed hebben op de uiteindelijke kleurindruk.
Verzorging
Licht
Helder, indirect licht is geschikt, met bescherming tegen felle middagzon achter glas. In te donker licht blijft de groei vaak rustiger en kan knopaanleg uitblijven.
Temperatuur
Een intermediate tot warm regime past doorgaans goed bij dit type Paphiopedilum, met nachten grofweg rond 13 tot 22 °C en dagen rond 21 tot 29 °C als praktische bandbreedte. Een lichte nachtelijke daling ondersteunt een stabiel groeiritme.
Substraat
Een luchtig, fijn maar structuurhoudend orchideeënsubstraat werkt het meest voorspelbaar. Denk aan een basis van fijne schorsstructuur met vochtvasthoudende componenten zoals sphagnum, zodat het mengsel gelijkmatig vochtig kan blijven zonder dicht te slaan. Belangrijk is dat de wortels altijd zuurstof houden en dat er geen langdurig natte zones in de pot ontstaan.
Luchtvochtigheid
Een luchtvochtigheid van ongeveer 50 tot 70 procent geeft meestal een rustig bladbeeld en een nettere knopontwikkeling, zeker in combinatie met lichte luchtbeweging.
Water geven
Omdat Paphiopedilums geen pseudobulben hebben, verdraagt het substraat meestal geen langdurige droogte. Gelijkmatig licht vochtig is het uitgangspunt, met een pot en substraat die overtollig water snel afvoeren. Bij voorkeur gedemineraliseerd water gebruiken om zoutopbouw in het substraat te beperken.
Voeding
Tijdens actieve groei werkt een lage dosering orchideeënvoeding goed. Een praktijk die vaak stabiel uitpakt is licht bemesten op regelmaat, met tussendoor af en toe een ruime spoelbeurt zodat zouten zich niet ophopen.
Verpotten
Verpotten kan wanneer het substraat inzakt of minder luchtig wordt, of wanneer de wortelzone duidelijk voller wordt. Veel Paphiopedilums reageren het best op verpotten in een groeifase, waarbij de plant daarna vooral rust en stabiliteit krijgt.
Bloei
De bloei valt bij veel Paphiopedilums vaak in de koelere helft van het jaar, met bloemen die meerdere weken kunnen aanhouden. Een combinatie van voldoende licht, stabiele watergift en iets koelere nachten vergroot de kans op knopaanleg en helpt bloemen langer mooi te houden.