Paphiopedilum Maudiae is een klassieke “Maudiae-type” slipperorchidee met een combinatie van sierlijk gemarmerd blad en een relatief grote, lang houdbare bloem. Het gaat om een geregistreerde hybride die al lang in cultuur is, juist omdat dit type binnenshuis vaak stabiel groeit wanneer licht, water en substraat in balans zijn.
Oorsprong
Deze kruising komt niet in het wild voor. Paphiopedilum Maudiae is als grex geregistreerd met Paphiopedilum callosum × Paphiopedilum lawrenceanum als ouders.
De twee oudersoorten zijn afkomstig uit vochtige tropische bosgebieden in Zuidoost-Azië, wat goed verklaart waarom een luchtig substraat en gelijkmatige vochtigheid belangrijk blijven in huis.
Kenmerken
De plant groeit polvormend met stevig blad dat vaak een duidelijk gemarmerd patroon laat zien. Dat blad blijft het hele jaar decoratief, ook buiten de bloei. De bloei bestaat meestal uit één bloem per stengel met de typische slippervormige lip en breed uitgezette bloemdelen, vaak in groen, wit en bordeauxachtige accenten, afhankelijk van de exacte kloon. De bloemen kunnen bij stabiele omstandigheden meerdere weken mooi blijven. Kleine verschillen in bladtekening, bloemkleur en bloemvorm zijn normaal, omdat Maudiae-typen in de praktijk vaak als selectie of kloon worden aangeboden.
Verzorging
Licht
Helder, indirect licht past goed, met bescherming tegen felle middagzon achter glas. Te donker licht geeft doorgaans rustiger groei en minder kans op knopaanleg.
Temperatuur
Maudiae-typen vallen meestal onder de warmere, gemarmerd-bladige groep. Een praktische bandbreedte is nachten rond 13 tot 22 °C en dagen rond 21 tot 29 °C, met een lichte nachtelijke daling voor een stabiel groeiritme.
Substraat
Een luchtig, fijn maar structuurhoudend orchideeënsubstraat werkt het meest voorspelbaar. Een basis van fijne schorsstructuur met een vochtvasthoudende component zoals sphagnum houdt de wortelzone gelijkmatig vochtig, terwijl er toch zuurstof bij de wortels blijft.
Luchtvochtigheid
Gemiddelde tot iets hogere luchtvochtigheid helpt om blad en knoppen netjes te houden. Een richtwaarde van ongeveer 40 tot 70 procent is voor veel binnenruimtes haalbaar, vooral met lichte luchtbeweging.
Water geven
Gelijkmatig licht vochtig is het uitgangspunt, zonder dat er water onderin blijft staan. Omdat Paphiopedilums geen pseudobulben hebben, reageren ze minder goed op langdurige droogte. Regelmatig doorspoelen voorkomt zoutopbouw in het substraat.
Bij voorkeur gedemineraliseerd water gebruiken.
Voeding
In de groeiperiode werkt een lage dosering orchideeënvoeding goed. Een milde, regelmatige aanpak is meestal beter dan incidenteel zwaar bemesten, zeker omdat zouten zich in dit type substraat sneller kunnen ophopen.
Verpotten
Verpotten is zinvol wanneer het substraat inzakt of minder luchtig wordt, meestal eens per 1 tot 2 jaar afhankelijk van groei en watergift. Stabiliteit na verpotten helpt, dus daarna liefst zo min mogelijk schuiven met standplaats.
Bloei
De bloei valt vaak in de koelere helft van het jaar. Voldoende licht, gelijkmatige watergift en een lichte daling in nachttemperatuur ondersteunen knopaanleg en helpen de bloemen langer mooi te houden.