Paphiopedilum niveum ‘Albo’ is een compacte slipperorchidee uit de groep met gemarmerd blad, bekend om de relatief ronde bloemvorm en het heldere kleurbeeld. De aanduiding ‘Albo’ wordt in de handel gebruikt voor een selectie met duidelijk lichtere bloemen, waarbij de bloem doorgaans witter oogt en het pigment in vlekken of tekening vaak minder sterk aanwezig is.
Oorsprong
De soort Paphiopedilum niveum is door Royal Botanic Gardens, Kew geaccepteerd en heeft volgens Plants of the World Online een natuurlijke verspreiding van peninsulair Thailand tot Noord-peninsulair Malaysia, met daarnaast een vermelding voor Borneo (Tambelan-eilanden).
In de natuur groeit de soort regelmatig als lithofyt in kalkrijke rotsmilieus, waarbij organisch materiaal zich ophoopt in spleten en richels.
Kenmerken
De plant blijft laag en vormt een compacte groeiwijze met stevig, gemarmerd blad dat ook buiten de bloei decoratief blijft. De bloem is doorgaans rond en vrij breed geopend, met een typische slipperlip, en bij de ‘Albo’ selectie ligt het accent op een helderder wit bloembeeld met vaak minder uitgesproken tekening. De soort staat erom bekend dat ze bij stabiele omstandigheden binnenshuis regelmatig tot bloei kan komen, terwijl de plant zelf compact blijft.
Omdat het om levende planten gaat, kunnen tint, mate van tekening en bloemvorm per exemplaar licht variëren, zeker bij selectievormen.
Verzorging
Licht
Helder, indirect licht tot licht gefilterde zon past goed bij deze soort, die in de natuur vaak op vrij lichte rotswanden groeit. Te donker licht geeft meestal wel bladgroei, maar minder kans op bloei, terwijl felle middagzon achter glas het blad kan beschadigen.
Temperatuur
Een intermediate tot warm regime werkt doorgaans het meest voorspelbaar, met een stabiele dagtemperatuur en een lichte daling in de nacht. Grote schommelingen of langdurig koud staan vergroten de kans op groeistilstand en wortelstress.
Substraat
Een luchtig, fijn maar structuurhoudend substraat sluit het beste aan. Een basis van fijne schorsstructuur met een vochtvasthoudende component zoals sphagnum helpt om gelijkmatige vochtigheid te behouden, terwijl de wortels toch zuurstof houden. Het substraat moet na water geven wel kunnen uitlekken, zodat er geen blijvend natte zones in de pot ontstaan.
Luchtvochtigheid
Matige luchtvochtigheid is doorgaans voldoende, met extra aandacht voor luchtbeweging wanneer de omgeving vochtiger is.
Water geven
Gelijkmatig licht vochtig is het uitgangspunt, omdat Paphiopedilums geen pseudobulben hebben en minder goed reageren op herhaald uitdrogen. Water dat in de pot blijft staan vergroot juist de kans op wortelproblemen, dus een goede afwatering blijft belangrijk.
Voor waterkwaliteit werkt zacht water vaak het prettigst. Gedemineraliseerd water is bruikbaar, mits de voeding laag en regelmatig wordt gegeven en het substraat af en toe goed wordt doorgespoeld om ophoping van zouten te beperken.
Voeding
In de groeiperiode werkt een lage dosering orchideeënvoeding goed. Een milde, consequente aanpak is meestal beter dan incidenteel zwaar bemesten, zeker omdat zouten zich in het substraat kunnen opbouwen.
Verpotten
Verpotten is zinvol wanneer het substraat inzakt of duidelijk minder luchtig wordt. Een vaste standplaats na het verpotten helpt om de plant weer rustig te laten doorwortelen.
Bloei
De bloei kan afhankelijk van groeiritme en omstandigheden op verschillende momenten verschijnen. Voldoende licht, gelijkmatige watergift en een stabiele temperatuur zorgen meestal voor de meest betrouwbare knopontwikkeling en een langere houdbaarheid van de bloem.